Pagina nog in ontwikkeling…

 

Hoofdstuk 8A Duurzame inzetbaarheid Artikel 8A.1 Inwerkingtreding 1. De artikelen in dit hoofdstuk treden in werking op 1 oktober 2014. 2. De artikelen 6.35 en 8.25 en bijlage XI van deze cao komen op 1 oktober 2014 te vervallen. Artikel 8A.2 Naar rato Voor deeltijders gelden de uren als bepaald in dit hoofdstuk naar rato van de werktijdfactor. Artikel 8A.3 Overleg 1. Werkgever en werknemer voeren jaarlijks voorafgaand aan de zomervakantie overleg over de besteding van de duurzame inzetbaarheidsuren zoals bepaald in dit hoofdstuk. Onderwerpen van gesprek zijn in ieder geval de bestedingsdoelen, het tijdstip waarop de uren worden benut en de wijze waarop verantwoording over de uren wordt afgelegd. 2. De werknemer legt jaarlijks achteraf verantwoording af over de besteding van de uren. Artikel 8A.4 Basisbudget duurzame inzetbaarheid voor iedere werknemer 1. Iedere werknemer heeft jaarlijks het recht om 40 uur van de werktijd te besteden aan duurzame inzetbaarheid. 2. Deze uren worden door de werknemer na overleg ingezet voor de volgende bestedingsdoelen: o Peerreview o Studieverlof o Coaching o Oriëntatie op mobiliteit o Niet plaats- en/of tijdgebonden werkzaamheden 3. In overleg met de werkgever kan ook worden gekozen voor besteding aan andere doelen die bijdragen aan de duurzame inzetbaarheid. Artikel 8A.5 Spaarmogelijkheid 1. In overleg met de werkgever kunnen uren genoemd in artikel 8A.4 maximaal drie jaar voor een afgesproken doel worden gespaard. Deze spaarafspraak wordt schriftelijk vastgelegd. 2. Indien is afgesproken dat de uren worden gespaard ten behoeve van studieverlof maar het dienstverband wordt op initiatief van de werkgever beëindigd of niet verlengd voordat deze studieverlofuren kunnen worden genoten, dan worden deze uren uitbetaald. Artikel 8A.6 Bijzonder budget voor starters 1. Aan startende leraren (voor leraren in het basisonderwijs tot schaal LA4/LB4 en in het speciaal (basis)onderwijs tot LB4/LC4) wordt naast de 40 uur voor duurzame inzetbaarheid als bepaald in artikel 8A.4, een bijzonder duurzaamheidsbudget toegekend van 40 uur per jaar. 2. Deze uren kunnen worden ingezet voor het verlichten van de werkdruk van deze werknemers. Artikel 8A.7 Bijzonder budget voor oudere werknemers 1. Iedere werknemer van 57 jaar en ouder heeft naast de 40 uur voor duurzame inzetbaarheid opgenomen in artikel 8A.4, jaarlijks recht op een bijzonder budget voor oudere werknemers van 130 uur ten behoeve van duurzame inzetbaarheid. 2. De werknemer kan de uren van het eerste lid inzetten voor de doelen genoemd in artikel 8A.4 alsmede voor het opnemen van verlof (sabbatical, extra zorgverlof, recuperatieverlof). 3. Indien de werknemer de uren inzet voor verlof als bepaald in het tweede lid, betaalt de werknemer die benoemd of aangesteld is in een functie met schaal 8 of lager, over het salaris van de uren van het bijzonder budget voor oudere werknemers een eigen bijdrage van 40%. De overige werknemers betalen een eigen bijdrage van 50% over de uren van het bijzonder budget voor oudere werknemers. 4. Indien de werknemer de uren van het eerste lid inzet voor verlof, kan de werknemer ook de uren van artikel 8A.4 inzetten voor verlof. Over deze uren wordt geen eigen bijdrage berekend. 5. Het recht op dit bijzonder budget eindigt op de AOW-gerechtigde leeftijd. 6. Indien de werknemer kiest voor de inzet van de uren genoemd in het tweede lid en eventueel vierde lid voor verlof, kan de werknemer deze uren inzetten op een herkenbare wijze in dagdelen, met dien verstande dat voor de categorie OP en OOP met lesgebonden en/of behandeltaken de urenverdeling wordt gebaseerd op de verhouding lesuren, voor- en nawerk, lesgebonden en/of behandeltaken en overige taken. Deze bepaling is niet van toepassing indien op de school wordt gewerkt met het overlegmodel. 7. Bij ziekte wordt het verlof niet opgeschort. De eigen bijdrage wordt berekend gedurende het eerste jaar. Na het eerste ziektejaar vervalt de eigen bijdrage. 8. De werknemer kan de werkgever jaarlijks verzoeken met ingang van de eerste dag van het schooljaar de omvang van het verlof te wijzigen. 9. De werkgever verleent geen toestemming voor een wijziging van de omvang van het verlof indien dit leidt tot verdringing van de werkgelegenheid. 10.Indien het recht op het aantal uren op basis van dit artikel lager is dan 45 uur, vervalt het recht op deze uren. Artikel 8A.8 Spaarmogelijkheid 1. Werknemers die recht hebben op de uren genoemd in artikel 8A.7, kunnen uren genoemd in artikel 8A.4 en artikel 8A.7 op basis van een vooraf ingediend plan gedurende vijf jaar sparen. 2. Bij het opnemen van deze uren, kan de totale omvang van het verlof niet meer bedragen dan 340 uur per jaar. 3. Over de opgenomen uren wordt een eigen bijdrage berekend uitsluitend over de uren van het bijzonder budget voor oudere werknemers. Het percentage van de eigen bijdrage is conform het bepaalde in artikel 8A.7